C
-
Cafeïne
Tijdens de zwangerschap moet je cafeïnegebruik beperken. Veel cafeïne kan schadelijk zijn voor je ongeboren kindje. Los van het feit dat hij actief wordt van een cafeïnestoot, kan het leiden tot een groeiachterstand. Ook is de kans op een miskraam of op een laag geboortegewicht groter.
Het advies van het Voedingscentrum is om maximaal 1 kopje koffie op een dag te drinken. Let erop dat cafeïne niet alleen in koffie zit, maar ook in gewone thee en cola. Voor moeders die borstvoeding geven geldt hetzelfde advies.
-
Candida
Candida is eigenlijk een verzamelnaam voor schimmels die een schimmelinfectie kunnen veroorzaken. In de zwangerschap kun je als vrouw last krijgen van een zogenaamde vaginale schimmelinfectie. Doordat tijdens de zwangerschap de zuurgraad van de vagina verandert, kan het natuurlijke evenwicht van schimmels en bacteriën verstoord worden.
Tijdens de borstvoeding kan candida spruw veroorzaken. Candida is te behandelen met antischimmelmedicatie en daarnaast is extra hygiëne belangrijk.
-
Carpale-tunnelsyndroom
Het carpale-tunnelsyndroom kan tijdens je zwangerschap optreden als je last hebt van het vasthouden van vocht. Als je handen gezwollen zijn door het vocht, kunnen hierdoor de zenuwen naar je hand en vingers bekneld raken.
Dit veroorzaakt een tintelend, soms pijnlijk gevoel en het kan ook leiden tot krachtverlies in je handen. Soms kun je ook ‘slapende’ handen hebben, waarbij je geen gevoel meer in je handen hebt. Met je armen omhoog gaan zitten en ze bewegen, laat het gevoel weer terugkomen. Ook in je voeten kun je hier last van hebben.
-
Consultatiebureau/JGZ
Tien dagen na je bevalling neemt het consultatiebureau of het JGZ; jeugdgezondheidszorg de zorg voor je kindje over. Zij zorgen voor verdere begeleiding zoals het controleren van de groei, ontwikkelingen en vaccinaties van jullie kindje. Na de geboorteaangifte zullen zij in de eerste week na de bevalling bij jullie thuis langs komen voor de hielprik en gehoortest. Het eerste contact is gelegd en er zullen vervolgafspraken met jullie gemaakt worden voor verdere begeleiding.
-
CTG onderzoek
Bij een CTG-onderzoek worden met een CTG-apparaat, voluit cardiotocograaf genoemd, de hartslag van de baby en de weeënactiviteit van de zwangere gemeten. Het hartritme zegt iets over de conditie van de baby. Met dit onderzoek kan ook worden gekeken naar hoe het ongeboren kind reageert op een harde buik of een wee. Moeder en kind hebben geen last van dit onderzoek. Dit onderzoek duurt minimaal 30 minuten.
-
Cytomegalovirus (CMV)
Het cytomegalie virus is een veel voorkomend virus dat in urine, speeksel en vruchtwater kan voorkomen. Soms leidt een infectie met CMV tot koorts en vermoeidheid maar meestal merk je niets. Als je tijdens je zwangerschap voor het eerst in aanmerking komt met het virus (kans kleiner dan 1%) kan deze overgedragen worden op je kindje. Bij een klein deel van deze kinderen kan door besmetting met dit virus een aangeboren afwijking ontstaan.
Was je handen na contact met urine (luiers), bloed of speeksel om de kans van besmetting te verkleinen en vermijd contact met speeksel van jonge kinderen.

